Een onderzoek naar de identiteit van Daniël Lohues




НазваEen onderzoek naar de identiteit van Daniël Lohues
старонка5/19
Дата канвертавання06.02.2013
Памер0.74 Mb.
ТыпДокументы
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19

Teksten en wereldbeeld


De oorspronkelijke (en nog steeds voornaamste) bedoeling van deze scriptie was om in te gaan op het muzikale en het geografische aspect van Lohues’ identiteit. Het eerste is uitgebreid gebeurd in het voorgaande hoofdstuk, het tweede zal in het hierop volgende hoofdstuk behandeld worden. Het kwam mij echter voor dat ik, wanneer ik uitsluitend deze twee zaken behandelde, enkele aspecten aan de act van Daniël Lohues die eveneens zeer relevant zijn, zou weglaten. Ik zou, met andere woorden, wel een zeer uitgebreid maar nét geen compleet beeld van de man en zijn werk geven. Dat vond ik onwenselijk; daarom behandelt dit hoofdstuk alles wat niet direct onder de noemers ‘muziek’ of ‘geografie’ valt.

Dit hoofdstuk heeft, zoals het volgende, een grotendeels hermeneutische werkwijze. Het kan daarom heel goed, dat mijn interpretatie, hoe zorgvuldig onderbouwd ook, niet strookt met Lohues’ eigen kijk op het lied. Dat anderen zijn liedjes anders opvatten, maakt hij dagelijks mee. Dat stoort hem ook niet: hij vindt dat “interessant” en zal dat “mooi zo laten”.222 Bovendien weet hij zelf vaak niet meteen waar zijn liedjes over gaan: hij schrijft ze impulsief en later komt dan dikwijls het besef wat hij bedoelde.223 Deze twee uitspraken volstaan mijns inziens om de hermeneutische methode zonder schroom toe te passen.


Tekstuele thematiek

De tekst van popliedjes is soms aanleiding tot controverse en schamperheid. Een terugkerend punt van kritiek is de literaire armoede: de teksten zouden alleen maar over de liefde gaan, en dan op een zeer clichématige, oppervlakkige manier (vanuit een puberaal perspectief).

Socioloog Paul Rutten nam in zijn proefschrift de moeite om dit algemeen geaccepteerde gegeven – ‘de meeste popliedjes gaan over de liefde’ – daadwerkelijk te onderzoeken. Voor de door hem onderzochte periode en het gekozen onderzoeksveld, de Nederlandse hitlijsten van 1960 tot 1985, kwam hij tot de conclusie dat 60% van de liedjes de liefde als hoofdthema had (eventueel naast een ander onderwerp), en dat nog eens 12% dit onderwerp er zijdelings bij betrok.224 (Dan blijft er dus zelfs binnen de mainstream van de popmuziek nog steeds 28% over die geen liefdestekst (soms helemaal geen tekst) heeft; een hoger percentage dan ik althans vooraf gevoelsmatig aannam.) Natuurlijk is de popmuziek doorgeëvolueerd sinds 1985 en is Skik pas daarna opgericht. Niettemin is er geen reden om aan te nemen dat het aandeel van liefdesteksten in de hitmuziek wezenlijk veranderd is.

Lohues vermijdt de liefde als thema niet. Op vrijwel elk album is ze, vaak prominent, aanwezig, in bloemrijke liedjes over alle aspecten en stadia van de romantische liefde, van het verliefd worden over het hebben van een stabiele relatie tot de pijn van het alleen zijn. Het aandeel van liefdesliedjes is echter een stuk kleiner dan in de hitparade. Als we Ruttens telmethode toepassen op Lohues’ materiaal,225 komen we tot 41 liedjes op een totaal van 174, ofwel amper een kwart!226 De rest wordt uitgemaakt door liedjes over reizen (een geliefd thema, zie het volgende hoofdstuk), religie, de mens en zijn macht en onmacht, Erica en de wereld en alles wat Lohues verder nog bezighoudt. En over niet-romantische liefde, zoals vriendschap. ‘Mar dat doe’j ja niet’ (van Allennig II) is nog een twijfelgeval (gaat het over een vriend of over een geliefde?), andere liedjes bedanken overduidelijk een vriend (bijvoorbeeld ‘Heb de deure lös’, van Allennig III). Ook de liefde in het algemeen blijkt van groot belang: ze is “’t verschil tussen wereld en planeet”, zoals hij in het gelijknamige lied van Allennig II zingt. Deze gedachte herhaalt hij in ‘Aordig doen tegen mensen die niet aordig doen’, dat op Hout Moet verschijnt. In een interview lichtte de zanger ooit toe hoe hij onder de sterrenhemel tot die frase kwam, en dat het begrip ‘liefde’ zeer ruim moet worden opgevat: liefde voor naasten, maar ook voor muziek, natuur en dergelijke.227

Het aandeel aan (romantische en/of seksuele) liefdesteksten is niet gelijkmatig in Lohues’ gehele oeuvre. Op een enkele plaat ontbreken ze (als hoofdthema althans) geheel – dit betreft Hout Moet – op een andere plaat vormen ze zelfs de meerderheid. Dit laatste is het geval op Ja Boeh!, een album waarvan de zanger zelf al aangeeft dat hij er “vijftien jaar liefdesverdriet” in heeft geconcentreerd.228 Misschien is het veelzeggend dat het zelfs hier nog altijd maar om de krappe meerderheid van 7/12 gaat: ondanks Lohues’ eigen bewering gaan veel liedjes over andere vormen van alledaagse ellende, zoals slecht weer of beschimmeld brood.

Verdere albums met een hoog aandeel zijn Tof (de helft, 6/12 om precies te zijn, terwijl de mediaan bij de Skik-albums drie liefdesliedjes per plaat is) en Gunder (5/12). Het is bij Lohues dus mogelijk dat twee zeer verwante platen uit hetzelfde deel van zijn carrière een totaal verschillend tekstueel profiel hebben: Tof heeft veel meer liefdesliedjes dan zijn voorgangers; Ja Boeh! staat er vol mee, maar de andere bluesplaat Grip heeft er maar weer drie (op een totaal van veertien); Hout Moet ontbeert ze totaal, maar op de andere plaat van het akoestische Emmer ensemble, Gunder, is de liefde het hoofdthema.


Frappanter misschien dan het kleinere aandeel van liefdesliedjes – van een min of meer alternatief musicus met een volwassen publiek verwacht men wellicht niet anders dan dat zijn teksten gevarieerder zijn dan bij de hitparadepop – is de afwijking in thematische onderverdeling. Ook dat heeft Rutten namelijk onderzocht, en hij kwam daarbij tot de volgende conclusie: van de nummers waarin de fase van een relatie kan worden vastgesteld, beschrijft 3% een blauwtje dan wel een onbeantwoorde liefde, 32% de proloog (‘ik ben verliefd en ik stap op [meestal] haar af’) dan wel het begin van de liefde, 26% een gelukkige liefde (of de gelukkige fase ervan), 2% rustig vaarwater (de relatie als ‘gegeven’), 15% een aflopende liefde en 22% het alleen achterblijven na een verbroken relatie. Een ruime meerderheid van de hitmuziek benadert de liefde dus vanuit een positieve hoek, en het gênante thema van afgewezen worden is bijzonder impopulair, hoe herkenbaar het voor een tienerpubliek ook moet zijn.229

Bij Lohues ligt de verhouding totaal anders. Hij blijkt een voorkeur te hebben voor teksten over liefdesverdriet. Van de 41 liefdesliedjes uit zijn oeuvre230 gaan er 5 over een onbeantwoorde liefde (in het bijzonder op Ja Boeh!), 8 over de neerwaartse koers in een relatie en maar liefst 17 over het alleen achterblijven. Om de verhouding met de hitmuziek te bewaren, had zijn werk maar één liedje over een onbeantwoorde liefde mogen bevatten, en 9 over de eenzaamheid na de breuk! Met 30 liedjes op 41 over de sombere kanten van de liefde is de verhouding uit het onderzoeksveld van Rutten meer dan omgedraaid.

Verder heeft Rutten in hetzelfde onderzoek gekeken naar het noemen van intimiteit in liedjes, alsook naar de aard van de relatie die de protagonist in een liedje heeft. Kussen, strelen en omhelzen bleek in 27% van de liedjes voor te komen, seks in 11% van de liedjes.231 Bij dat laatste onderwerp waren er (voorspelbare) verschillen in de tijd – in het ijkjaar 1967, met de seksuele revolutie in volle gang, piekte het aantal verwijzingen naar seksueel contact, terwijl het daarvoor amper voorkwam – en per genre – traditionele lichtemuziekgenres verwijzen er niet of nauwelijks naar, rockmuziek des te meer.232 Bovendien telde de hitmuziek van 1960 hoegenaamd nog geen verwijzingen naar primair seksuele relaties (tegenover de gebruikelijke, in principe monogame liefdesrelatie). Vanaf 1967 schommelt dat aandeel steeds rond de 10%.

Lohues zingt niet heel vaak over kussen en vergelijkbare intimiteiten (het komt zeker wel voor, bijvoorbeeld in “Annelie”, van het album Allennig) en in het geheel niet over seksuele handelingen. Zijn liefdesliederen gaan integendeel veel meer over de gevoelens op zich: het geluk of het verdriet van het verliefd zijn, de wrevel met een partner die iets doet wat hem niet zint. Een primair seksuele relatie komt één keer voor: in ‘Canadian girl’ (te vinden op Tof) bezingt hij een onenightstand.


Hoe moeten we de afwijkende plaats van de liefde in Lohues’ werk duiden? Als eerste kunnen we ervan uitgaan dat het niet-overheersen van dit anders zo dominante onderwerp hem min of meer in de alternatieve hoek plaatst: de echte mainstream bezingt dit onderwerp immers meer dan twee keer zo vaak. Deze vaststelling sluit aan bij wat in het voorgaande hoofdstuk is gezegd over zijn muziek: ook zijn keuze voor bijzondere genres is alternatief.

Kunnen we dan ook zeggen dat Lohues in zijn liefesteksten minder clichématig te werk gaat? Ik zal geen oordeel uitspreken over het literaire gehalte van zijn teksten, al was het maar omdat ik deze scriptie niet als fan wil schrijven en bij al te subjectieve waardeoordelen uit de buurt probeer te blijven. Het valt echter wel op dat de muzikant zich niet waagt aan formules als ‘ik hol van joe’. in het nummer ‘’s Nachts’ (van het gelijknamige album) draait hij er zelfs bewust omheen: alleen bij nacht durft hij ‘zoiets’ te zeggen, want “’t is net asof die iene zin/ een andere lading kreg/ want as ‘t ’s morgens licht wordt is ’t weer weg” (cursief toegevoegd).

Clichés komen maar één keer echt om de hoek kijken: op het album Ja Boeh!, waar Lohues (zoals eerder al betoogt) bewust in zijn verdriet zwelgt. Zoals de bluesmuziek geen vernieuwing van ons verlangt, zo mogen ook de teksten best putten uit het repertoire van afgezaagde formuleringen: “Ach & Wee/ Arme ik/ Zie hoe ‘k lig hier/ En mien wonden lik”.233


Verder hebben we gemerkt dat het karakter van Lohues’ liefdesliedjes niet aansluit op dat van hun gelijken uit de hitparade: dat de Drentse zanger veel vaker zingt over de narigheid in de liefde. Mainstream-popzangers geven niet graag toe dat ze zijn afgewezen, Lohues wel. Populair in zijn teksten is de vrouw die hem aan het lijntje houdt (“Ik wil joe hielemaole/ nie veur de helft of ooit misschien”), alsook de succesvollere concurrent, de snelle man die elke vrouw schijnt te kunnen krijgen.

Lohues stelt zich als minnaar dus ongewoon kwetsbaar op. De man uit zijn liefdesliederen is het tegendeel van de typische, zelfverzekerde ik-figuur uit mainstreamrock. Het werk van veel invloedrijke en populaire rockers, in het bijzonder Mick Jagger, is gekenschetst als ‘cock rock’: muziek waarmee de man zijn identiteit op een agressieve en seksueel geladen manier uit.234 Zoals we eerder hebben gezien, verwerpt Lohues het seksuele aspect van de Rolling Stones: hoe zeer hij ook door hen beïnvloed is, het overnemen van hun gedrag zou hem veroordelen tot een plaats in het leger fletse Stones-imitaties (herlees wat in het vorige hoofdstuk over de hidden track Mick & Keith werd gezegd). Uit zijn eigen teksten mogen we wel opmaken dat zo’n rol hem niet past. In ‘Canadian girl’, wat zoals hierboven gezegd het enige nummer is waarin een primair seksuele relatie centraal staat, herdenkt de zanger deze nacht als iets heel bijzonders, en niet als een ervaring die hij de volgende nacht weer kan hebben (hij noemt haar “mijn Canadian girl”, dus niet één van meerdere, en koestert het briefje dat ze de volgende morgen achterliet); bovendien klinkt er duidelijk spijt in door (“binnen vijf minuten was ik veel te close met haar”; cursief toegevoegd).

Er is nog meer in Lohues’ teksten dat tegen het stereotiepe mansbeeld ingaat. In de weinige teksten waarin hij zelf de relatie beëindigt, of in de teksten waarin hij problemen in een relatie beschrijft (de ‘aflopende zaak’), komt hij soms met emoties die we eerder als vrouwelijk dan als mannelijk zouden omschrijven. In ‘Goed hööi komp zelden van slecht grös’ (te vinden op Gunder) heeft de hoofdfiguur een relatie beëindigd omdat hij voelde dat het niet goed zat. Dit verhaal is trouwens, blijkens een interview dat de musicus jaren eerder gaf, waarschijnlijk authentiek:


Ik ben (…) wel eens heel verliefd geweest op een meisje. Ik wilde een mooi, lief liedje voor haar schrijven. Maar toen ik de tekst af had en het terug las, dacht ik: ‘dit zit helemaal niet goed. Ik kan wel verliefd zijn, maar dit zit scheef, ik kan het beter uitmaken.’235


Normaliter zijn het in onze maatschappij vrouwen die relaties op zulke vage, gevoelsmatige gronden beëindigen, tot frustratie van hun partners. Mannen doen dat eerder omdat ze te vaak ruzie maken met hun partner, of vanwege problemen met seks, maar niet omdat het ‘verkeerd voelt’. Van een man wordt ratio verwacht; Lohues toont dat hier niet. Evenmin doet hij dat in het nummer ‘Waorum vuult ’t zo’ (ook van Gunder): “’t Is niet van vandaage/ En niet van gustern ok/ Volgens joe is der niks loos/ Mar waorum vuult ’t zo?” In traditionele relaties is het toch de man die geprikkeld aandringt: “neem het nou eens aan als ik dat zeg!”


Met het bewust uitstallen van onmannelijke kwetsbaarheid – binnen het kader van wat nog steeds overduidelijk de romantische gevoelswereld van een heteroseksuele man is – vindt Lohues, net als door zijn muziek en het belangrijk gevarieerdere karakter van zijn teksten, aansluiting bij de wereld van de alternatieve muziek. Het was immers Adorno al, die het publiek voor populaire muziek indeelde in twee groepen: de extraverte consument, die in een grote massa zijn muziek tot zich neemt, en de introverte figuur, die wat minder succes met meisjes heeft (dit type is dus geslachtelijk bepaald) en zich met zijn radio en/of grammofoon terugtrekt op zijn kamer.236

Hoewel Adorno’s On popular music (zoals wel meer van zijn werk) anno 2012 leest als een belachelijk bevooroordeelde scheldpartij, heeft de dichotomie tussen de meerderheid die de massa zoekt en de minderheid die zich met zijn eigen muziek terugtrekt wel aan de grondslag gelegen van alle nakomende theorieën over mainstreampubliek en alternatief publiek; bovendien is het clichébeeld van de introverte puber met zelfmedelijden nog geregeld in de muziekkritiek te vinden als er indiebands worden besproken. Negus geeft als voorbeelden The Smiths en Suede;237 we zouden hieraan Joy Division, Hüsker Dü, Nirvana, Fugazi, Radiohead, Anthony & the Johnsons en vele andere kunnen toevoegen.

Niet alle indie is echter noodzakelijk negatief. Juist in de wereld van de alternatieve country, waarin, zoals we hebben gezien, veel van Lohues’ werk valt, kwam rond 1990 de No Depression-beweging op, genoemd naar het gelijknamige (debuut)album van Uncle Tupelo. Deze band bracht een stroom aan navolgers voort, die wilden afrekenen met de sombere sfeer waarin de indiewereld was ondergedompeld. No Depression werd zelfs de titel van een magazine.238 Ook deze vrolijke muziek heeft Lohues diepgaand beïnvloed; zoals we al eerder opmerkten, bespeurde een recensent de invloed van Wilco, welke band uit Uncle Tupelo voortkwam.


Hitparademuziek en indie, zeker singer-songwritermuziek, hebben één ding gemeen: de voorkeur voor persoonlijke teksten, althans voor teksten in de eerste persoon enkelvoud. Volgens Rutten staat maar liefst 88% van de hitmuziek in de ik-vorm.239 Bij Lohues ligt dat niet veel anders; een oppervlakkige analyse leert dat hij hooguit nog vaker dit perspectief hanteert. Op het album Skik staan 12 van de 13 liedjes in de ik-vorm, op Niks is zoas ’t lek 10/12, op ’s Nachts 12/13, op Overal & Nergens 10/11 en op Tof 10/12. De bluesplaten en de soloplaten die erop volgen zijn geven geen ander beeld.

Het is een uitzondering als Lohues het over iemand anders heeft; meestal ruilt hij dan de lyrische dichtvorm voor de epische in (“mensen heur en luuster”), zoals in ‘Moordlied’ (van Allennig) en ‘Mecanicien in den vrumde’ (van Allennig IV). Alleen ‘Hij wul de klokken laoten luuden’ (te vinden op Allennig II) en zeker ‘De Ganzenkoning’ (van Allennig; zie het vorige hoofdstuk en tevens de paragraaf Literatuur verderop in dit hoofdstuk) zijn niet zo verhalend.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19

Падобныя:

Een onderzoek naar de identiteit van Daniël Lohues iconWordt het jaar elf een scharnierjaar in de eenentwintigste eeuw? Horen we het tandenknarsen van een nog jonge eeuw of zwaaien de poorten naar verandering

Een onderzoek naar de identiteit van Daniël Lohues iconEen studie naar de inhoud van Nederlandse imaginaire reisverhalen 1708-1731

Een onderzoek naar de identiteit van Daniël Lohues iconMaar sinds een paar jaar hen ik een éénvrouwskonstruktie- en dekonstruktiebedrijfje en nu gaat het een stuk beter. Het afgelopen jaar had ik een bruto omzet van

Een onderzoek naar de identiteit van Daniël Lohues iconLinks is Jozef Stalin afgebeeld met een kind die de vlag van de Sovjet Unie vasthoud, en rechts Hitler die als een held voor een leger staat, met een adelaar in

Een onderzoek naar de identiteit van Daniël Lohues iconWorden opgestuurd in een voldoende gefrankeerde enveloppe naar: Zora Luijkx, Noorderdiep 33 9501 xa stadskanaal

Een onderzoek naar de identiteit van Daniël Lohues iconVerdrag inzake de rechten van personen met een handicap

Een onderzoek naar de identiteit van Daniël Lohues iconMaria Trepp " De Burke Stichting en de Universiteit Leiden "
«burgerschap, sociale cohesie en multiculturaliteit» aan de Universiteit van Leiden. Maar in de academische bibliotheek valt geen...

Een onderzoek naar de identiteit van Daniël Lohues iconSpeciaal voor de zondagmiddag concerten in Van Kinsbergen zal blue voice ditmaal een "unplugged" optreden verzorgen!

Een onderzoek naar de identiteit van Daniël Lohues iconОк ру
Рассказывать (ipf) of рассказать (pf)? Ты хочешь я расскажу тебе анекдот? Wil je dat ik je een anekdote vertel? = Zal ik je een anekdote...

Een onderzoek naar de identiteit van Daniël Lohues iconDit dokument beschrijft hoe je Linux configureert voor Belgische Linux gebruikers en bevat een lijst van Linux gebruikersgroepen, bedrijven en andere

Размесціце кнопку на сваім сайце:
be.convdocs.org


База данных защищена авторским правом ©be.convdocs.org 2012
звярнуцца да адміністрацыі
be.convdocs.org
Галоўная старонка